Verklaring van de voorzitter De Nationale Assemblée

31-07-2026

Artikel 37 lid 2 van het Reglement van Orde verbiedt beledigende woorden in 's lands vergaderzaal, en artikel 7 lid 3 belast mij met de handhaving van de orde bij de beraadslaging. Daar ligt mijn bevoegdheid, voor de ordehandhaving IN de zaal. De uitspraak is in eerste instantie buiten de zaal gedaan, en zij heeft dusdanig gewicht gekregen dat afkeuring uitgesproken moest worden. Boven het Reglement van Orde staat de Grondwet. Artikel 69 bepaalt dat de wetgever, de regering en de overige overheidsorganen de bepalingen van de Grondwet in acht nemen. Het reglement ordent onze vergaderingen. De Grondwet ordent onze hele republiek.

Artikel 8 lid 2 van die Grondwet: niemand mag op grond van geboorte, geslacht of enige andere status gediscrimineerd worden. Artikel 35 lid 2: Man en vrouw zijn voor de wet gelijk. Dat geldt voor elk ambt in onze republiek, tot het hoogste toe. En elk lid van DNA heeft bij de aanvaarding van zijn ambt, in de zaal, de eed van artikel 65 afgelegd: gehoorzaamheid aan de Grondwet.

Artikel 7 lid 8 van het reglement draagt mij op DNA naar buiten te vertegenwoordigen. En in het uitdragen van DNA kan ik onmogelijk zwijgen wanneer een lid zich in het openbaar uitspreekt tegen de norm waarop hij zijn eed heeft afgelegd. Het is mijn plicht hem te herinneren aan de eerbiediging van en de gehoorzaamheid aan de Grondwet.

Het reglement kent mij daarnaast twee bevoegdheden toe die bij de voorzitter berusten, en bij de voorzitter alleen. Artikel 29 lid 1: de voorzitter belegt de vergaderingen zo dikwijls hij dit nodig oordeelt. Artikel 61: de voorzitter heeft het recht de vergadering te schorsen, indien hem dit noodzakelijk voorkomt. En ik vond het gezien het voorgenoemde noodzakelijk, en getuige het grootste deel van de vrouwelijke leden dat uit protest de zaal had verlaten. Ik hanteer artikel 61 met terughoudendheid. Ik hanteer het wanneer het gewicht van een onderwerp daarom vraagt.

En een uitspraak die de helft van ons volk bij voorbaat uitsluit van het hoogste ambt, gedaan door iemand die datzelfde volk vertegenwoordigt, draagt dat gewicht wel. De verantwoordelijkheid van een lid van DNA reikt verder dan de vergaderzaal, omdat zijn woord verder reikt dan de vergaderzaal.

Ik heb aldus gehandeld, op de wijze die het reglement mij toestaat, en op het moment dat ik daarvoor gepast vond. Ik beschouw dit tevens als een signaal voor de tijd die voor ons ligt. Deze maatstaf geldt van nu af voor ieder lid van DNA, ongeacht fractie en ongeacht persoon. Wie hier zitting heeft, draagt zijn eed ook buiten deze zaal met zich mee.

Het debat blijft vrij en scherp. De Grondwet blijft het fundament waarop wij allen staan.

Dr. H. C. Ir. Michael A. Adhin

Voorzitter De Nationale Assemblée