Parlementsvoorzitter Adhin kijkt uit naar aanbevelingen evaluatie Nieuw Burgerlijk Wetboek

26-10-2026

De voorzitter van De Nationale Assemblée, dr. H. C. Ir. Michael A. Adhin, heeft benadrukt dat de evaluatie van het Nieuw Burgerlijk Wetboek van belang is om na te gaan hoe de nieuwe wetgeving in de praktijk functioneert. Hij deed dit zaterdag 24 oktober 2026 tijdens de officiële opening van het congres Evaluatie Nieuw Burgerlijk Wetboek en aanverwante wetten in de Torarica Banquethal.

“Een wetboek wordt twee keer aangenomen. Eerst door het parlement, met een stemming. Daarna door de praktijk, dag na dag, in de akte en in het vonnis”, zei voorzitter Adhin. Volgens hem is de eerste aanneming in 2024 voltooid en wordt tijdens het congres beoordeeld hoe de tweede aanneming, die door de rechtspraktijk, tot nu toe verloopt.

Het Nieuw Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de aanverwante wetten, in totaal zeven wetten, traden op 1 mei 2025 in werking. De parlementsvoorzitter wees erop dat het Hof van Justitie en de Surinaamse Orde van Advocaten al op 1 november 2024 een commissie hadden ingesteld om de toepassing van de nieuwe wetgeving te volgen. Dat gebeurde een half jaar voordat de wetgeving in werking trad. “U begon met evalueren voordat er iets te evalueren viel. Daarvoor dank ik u, namens het parlement”, aldus de voorzitter.

Aanbevelingen concreet formuleren

De Aansturingscommissie heeft de knelpunten bij de toepassing van de nieuwe wetgeving onderverdeeld in vier categorieën: vragen van interpretatie, problemen in de uitvoering, leemten in de wet en onbedoelde gevolgen voor andere wetten. Volgens de voorzitter is die indeling waardevol voor de wetgever, omdat niet elk knelpunt noodzakelijkerwijs om een wetswijziging vraagt.

“Een procedure die knelt, laat zich soms aanpassen zonder één woord van de wet te wijzigen”, merkte hij op. Als voorbeeld noemde hij het nieuwe Procesreglement voor civiele zaken, dat op 1 oktober in werking trad. Het reglement is afgestemd op het nieuwe wetboek en door het Hof van Justitie zelf vastgesteld.

Voor de knelpunten waarvoor wel aanpassing van de wetgeving nodig is, deed de voorzitter een verzoek aan de deelnemers van het congres. Hij vroeg hen de aanbevelingen zo te formuleren dat de wetgever deze concreet kan verwerken.

“Formuleer die aanbevelingen zoals de wetgever ze kan verwerken: per bepaling, met het knelpunt dat zich in de toepassing voordoet, de rechtsgevolgen daarvan en, waar mogelijk, een tekstvoorstel met toelichting”, benadrukte hij. Een aanbeveling in die vorm kan het parlement in behandeling nemen en met de regering bespreken.

De voorzitter herinnerde eraan dat hij in mei al had aangegeven dat een halfjaarlijks overleg over de evaluatie van het wetboek wenselijk is. Daarbij zouden de regering, de rechterlijke macht, de advocatuur, het notariaat en andere betrokken instellingen worden betrokken. Volgens Adhin geeft het congres daar nu al invulling aan.

Hij zegde toe dat De Nationale Assemblée de aanbevelingen van het congres in ontvangst zal nemen. De afdeling Juridische Ondersteuning zal deze toetsen en, waar wetswijzigingen nodig zijn, de voorstellen voorbereiden.

“De datum waarop ik u verslag doe van wat met elke aanbeveling is gebeurd, stel ik vandaag nog in overleg met de organisatoren vast”, zei Adhin. De leden van De Nationale Assemblée die deelnemen aan de werkgroepen zullen de bevindingen vastleggen en inbrengen bij de verdere behandeling binnen het parlement.

Het oude Burgerlijk Wetboek uit 1869 heeft Suriname bijna anderhalve eeuw gediend. “Krijgt het nieuwe wetboek binnen enkele jaren zijn eerste wijziging, dan is dat het bewijs dat wij naar u hebben geluisterd. Dan is ook de tweede aanneming voltooid: die door de rechtspraktijk”, aldus de voorzitter.