DNA-voorzitter benadrukt belang van dialoog, grondrechten en kansen voor jongeren in het binnenland
“Hun nalatenschap leeft voort in de talen, tradities, kennis en gemeenschapszin van de Marronvolken. De tembe, het houtsnijwerk van de Marrons, hangt vandaag in musea tot in Los Angeles, onder de naam die de makers er zelf aan geven: Fiiman Tembe, kunst van vrije mensen. Zij vormt een wezenlijk onderdeel van onze Surinaamse identiteit”. Dit zegt parlementsvoorzitter dr. h.c. ir. Michael Ashwin Adhin in zijn boodschap ter gelegenheid van de Dag der Marrons op 10 oktober 2026.
De wettelijke erkenning en bescherming van de collectieve rechten van inheemse en tribale volken vraagt nog steeds om een zorgvuldig antwoord. Daarbij is ook een belangrijke rol weggelegd voor De Nationale Assemblée (DNA).
Volgens de voorzitter waarschuwde historicus Ben Scholtens in zijn studie Bosnegers en overheid in Suriname uit 1994 al dat de toenemende economische activiteiten in het binnenland, sinds de Tweede Wereldoorlog, aanleiding zouden kunnen geven tot conflicten over de grondrechten van binnenlandbewoners. Die voorspelling is volgens hem werkelijkheid geworden.
“Als voorzitter van De Nationale Assemblée onderstreep ik het belang van een respectvolle dialoog en zorgvuldige wetgeving, waarbij de betrokken gemeenschappen daadwerkelijk worden gehoord. In 1762 las Louis Nepveu het verdrag met de Saamaka artikel voor artikel voor in het Sranan, zodat ieder wist wat hij bezwoer. Gehoord worden begint bij verstaan”.
Onderwijs en kansen voor jongeren
Ook de positie van jongeren in het binnenland krijgt aandacht in de boodschap. Volgens de voorzitter moeten jongeren hun geschiedenis kunnen leren kennen en trots kunnen zijn op hun afkomst. Hij verwijst daarbij naar Afáka Atumisi, een Ndyuka die rond 1910 een eigen schrift voor zijn taal ontwierp, bestaande uit 56 tekens.
Dit voorbeeld laat volgens hem zien dat talent altijd aanwezig is geweest in het binnenland. “Talent heeft het binnenland altijd gehad; waar het om gaat, is toegang. Daarom moeten onze jongeren goed onderwijs krijgen en mogelijkheden om hun talenten te ontwikkelen. Een kind in Sipaliwini of Brokopondo verdient dezelfde aandacht en kansen als een kind in de stad. Dat vraagt om blijvende inzet van ons allemaal.”
Eerbetoon aan de Marronvoorouders
“Ik feliciteer de Marrongemeenschappen in het binnenland, in de stad en in de diaspora met onze dag. Tot slot een saluut aan de strijders van toen en aan hun nakomelingen, met de namen die zij door de tijd heen hebben gedragen. De kolonie noemde hen Loweman, de weglopers. Zij noemden zichzelf Fiiman, de vrije mensen. Hun nakomelingen werden Loweman Paansu. Daarna Fiiman Paansu. En vandaag, met opgeheven hoofd: Royal Fiiman Paansu”.
Mi wani kaba nanga den wortu disi: Leki fa un sabi, na difrenti boto tyari furu fu wi afo kon dya na Sranan. Ma na a srefi se den koti abra kon dya. [Onze voorouders zijn met verschillende schepen hierheen gebracht, maar zij hebben allemaal dezelfde zee overgestoken.]
📷: RP