DNA-voorzitter Adhin staat stil bij herdenking slavernijafschaffing en vervolgtraject naar echte vrijheid

02-07-2026

“Ef’ yu no abi finga, yu no kan meki kofu.” Met deze odo sloot parlementsvoorzitter Michael Ashwin Adhin woensdag zijn toespraak af tijdens de nationale herdenking van de afschaffing van de slavernij op 1 juli 1863. Het spreekwoord, afkomstig uit de verzameling Surinaamse odo's van Guno Hoen, onderstreept volgens Adhin dat een samenleving alleen vooruit kan komen wanneer men gezamenlijk optrekt. Vrij vertaald luidt de boodschap: "Zonder vingers kun je geen vuist maken."

De voorzitter sprak bij het Kwakoe-monument op de hoek van de Zwartenhovenbrugstraat en de Dr. Sophie Redmondstraat, waar de jaarlijkse herdenking plaatsvond. Na de plechtigheid werd een bloemenhulde gebracht bij het monument.

In zijn toespraak stond de parlementsvoorzitter Adhin uitgebreid stil bij de betekenis van de afschaffing van de slavernij en de lange weg die volgde naar daadwerkelijke vrijheid. Dit deed hij middels passages waar hij eens inspiratie, begrip en besef uit heeft gehaald.

Hij verwees naar schrijver en verzetsstrijder Anton de Kom, die volgens hem de Surinaamse geschiedenis beschreef vanuit het perspectief van de tot slaaf gemaakten en hun nazaten en niet zoals de ‘meesters’ optekende. “

Op 1 juli 1863 weergalmden vanuit Fort Zeelandia 21 kanonschoten. Ruim 33.000 tot slaaf gemaakten in Suriname werden officieel vrij verklaard. Voorzitter Adhin plaatste kanttekeningen bij de invulling van die vrijheid. “Laten wij eerlijk zijn over wat die vrijheid wél en niet was. Wie kreeg de vergoeding? Niet de mensen die geleden hadden. Hún meesters kregen driehonderd gulden per mens. De vrijgemaakten kregen niets, geen cent, geen grond, geen gereedschap. De daders zijn betaalt en de slachtoffers zijn met lege handen achtergelaten”, sprak voorzitter de aanwezigen toe.

Bovendien volgde nog tien jaar staatstoezicht, waardoor men verplicht moest blijven werken op de plantages. Volgens Adhin is daarom niet alleen 1863, maar ook 1873 een belangrijk ijkpunt in de Surinaamse geschiedenis. Hij bracht hulde aan de marrons met helden als Boni, die al vóór de afschaffing van de slavernij het bos in vluchtte en hun eigen vrije gemeenschappen stichtte.

Antropoloog Yvon van der Pijl schreef in haar wetenschappelijke werk Levende-doden: de doden zijn niet dood — zij leven als voorouders in ons voort. “Mi a no mi, mi na wi” (Ik ben niet ik alléén; ik ben wíj).

Met de afschaffing van de slavernij hield de strijd niet op. Ook contractarbeiders uit India en Java kregen te maken met uitbuiting en kwamen op voor hun rechten. “Marron en Creool, Hindostaan en Javaan, dwars door al die bevolkingsgroepen heen is de strijd voor een menswaardig bestaan door onze voorouders gevoerd. De Kom wist het: alleen “de solidariteit kan alle zonen van moeder Sranan verenigen.”

📝: CR

📸: TT