DNA hoort gewezen politieke ambtsdragers
Hoorzitting Somohardjo eerste openbare commissievergadering
“De gedachtenwisseling in de vergadering aan het vooronderzoek van stukken gewijd is slechts geheim te beschouwen, indien dit door De Nationale Assemblée of door de regering is opgelegd. De geheimhouding kan door de instantie die haar heeft opgelegd, worden opgeheven. Het vooronderzoek is dus niet van rechtswege geheim. Geheimhouding ontstaat slechts door uitdrukkelijke oplegging, en kan eveneens slechts worden opgeheven door de oplegger. ” Dit stelde de voorzitter van De Nationale Assemblée (DNA), dr. h. c. ir. Michael A. Adhin, vrijdag 22 mei 2026 bij de aanvang van de eerste openbare commissievergadering van dit parlement (2025-2030).
Tijdens deze openbare vergadering heeft de commissie belast met het horen van (gewezen) politieke ambtsdragers, de gewezen minister van Binnenlandse Zaken, Bronto Somohardjo gehoord naar aanleiding van het verzoek van de Procureur-Generaal om hem in staat van beschuldiging te stellen. Het verzoek geldt ook voor de gewezen ministers Riad Nurmohamed (Openbare Werken) en Gillmore Hoefdraad (Financiën).
De parlementsvoorzitter, die de vergadering heeft geleid, verduidelijkt dat de commissie onder voorzitterschap van drs. Rabindre Parmessar uitsluitend opereert binnen de vastgestelde parlementaire procedures, waarbij zowel de Grondwet als het Reglement van Orde bepalend zijn voor de uitvoering van haar werkzaamheden. Commissievoorzitter Parmessar, benadrukt dat zij de betrokkenen in de gelegenheid stelt om te reageren op de ingediende vorderingen, zonder met hen in discussie te treden.
De hoorzitting van Nurmohamed en Hoefdraad hadden een besloten karakter. De gewezen OW-minister is ingegaan op vragen van de commissie over de ingediende vorderingen en de juistheid van de gevolgde procedures en besluitvorming.
Het parlement stelde Somohardjo vragen over onder meer als hij eerder gehoord is door de politie c.q het openbaar ministerie, de Centrale Landsaccountantsdienst (CLAD) op wiens verzoek het onderzoek is gestart of Somohardjo verklaarde: “Als minister ben ik politiek verantwoordelijk voor het beleid, maar de dagelijkse uitvoering ligt bij de ambtelijke leiding. Ik heb nooit opdracht gegeven om buiten de wet te handelen.” Hij gaf aan slechts eenmaal door CLAD te zijn gehoord en niet door de politie of het Openbaar Ministerie (OM).
Het derde deel van de hoorzitting betrof Hoefdraad. Hij was niet lijfelijk aanwezig en werd vertegenwoordigd door zijn advocaten, Murwin Dubois en Milton Castelen. De raadsmannen gaven daarbij duidelijkheid over onder meer de procedurele aspecten van de vordering. Verder werd aangegeven dat het gaat om de derde vordering tegen hun client, na eerdere vorderingen in april en juli 2020. Ook werd de vraag opgeworpen in hoeverre de juiste juridische en formele procedures zijn gevolgd in het kader van de Wet In Staat van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers (WIPA) en artikel 140 van de Grondwet. De advocaten hebben namens Hoefdraad een dossier overhandigd aan het parlement.
Wet In Staat van Beschuldigingstelling Politieke Ambtsdragers (2007)