2027 moet basis leggen voor nieuwe economische fase stelt president Simons tijdens jaarrede
Met de verwachte olie- en gasinkomsten in het vooruitzicht moet 2027 vooral in het teken staan van verdere stabilisatie, institutionele versterking en het leggen van de basis voor een nieuwe economische fase. Dat was de centrale boodschap van president Jennifer Simons tijdens haar tweede jaarrede, die zij op woensdag 30 september 2026 uitsprak tijdens een buitengewone openbare vergadering van De Nationale Assemblée (DNA) in de Congreshal.
Financiële keuzes voor 2027
Een belangrijk onderdeel van de jaarrede waren de financiële vooruitzichten voor het komende dienstjaar. Voor 2027 worden de totale overheidsinkomsten geraamd op SRD 70,1 miljard, terwijl de totale uitgaven zijn geraamd op SRD 80,9 miljard. Het geraamde begrotingstekort bedraagt daarmee SRD 10,8 miljard, wat overeenkomt met 4 procent van het bruto binnenlands product (BBP). Van de totale uitgaven is circa SRD 25,4 miljard bestemd voor operationele uitgaven en SRD 55,6 miljard voor de uitvoering van programma’s.
Tijdens de jaarrede werd verder benadrukt dat deze cijfers duidelijk maken dat ook in 2027 scherpe financiële keuzes noodzakelijk blijven. “Iedere SRD die wij uitgeven moet zoveel mogelijk bijdragen aan resultaten voor de samenleving,” stelde zij. Daarbij verwees zij onder meer naar betere gezondheidszorg en onderwijs, infrastructuur, sociale bescherming, productie en werkgelegenheid.
Tegelijkertijd wil de regering het begrotingstekort beheersen en het macro-economisch evenwicht bewaken. Het versterken van de overheidsinkomsten, een betere belastinginning, beheersing van de uitgaven en verantwoord schuldbeheer vormen daarom belangrijke onderdelen van het financiële beleid. De belastinginning en douane zullen verder worden gemoderniseerd door onder meer digitalisering, betere gegevensuitwisseling, gerichte controles en versterking van de invordering. Ook wordt ingezet op het terugdringen van betalingsachterstanden en het voorkomen van nieuwe ongedekte verplichtingen.
Voortzetting van herstel en stabilisatie
De president blikte in haar jaarrede terug op de in 2026 ingezette herstel- en stabilisatiefase. De regering richtte zich het afgelopen jaar onder meer op het versterken van overheidsinstituties, de economie en de maatschappelijke stabiliteit. Voor 2027 wil de regering deze koers voortzetten en tegelijkertijd de voorwaarden creëren voor een volgende economische fase, mede met het oog op de verwachte opstart van de offshore olie- en gasproductie.
Volgens Simons moet Suriname vóór de komst van substantiële olie- en gasinkomsten de financiële huishouding verder op orde brengen. Zij wees daarbij op de verbetering van het primaire saldo, de ontwikkeling van de internationale reserves en de geraamde economische groei. Tegelijkertijd blijft de hoge overheidsschuld een belangrijk aandachtspunt. De regering streeft ernaar de schuldquote vanaf 2027 op een duurzaam dalend pad te brengen door begrotingsdiscipline, economische groei, hogere staatsinkomsten en verantwoord schuldbeheer.
De olieperiode begint vóór de olie-inkomsten
Een belangrijk deel van de jaarrede stond in het teken van de voorbereiding op de verwachte inkomsten uit olie en gas. Volgens president Simons moet 2027 worden benut als voorbereidingsjaar om de financiële en institutionele kaders verder te versterken. “De olieperiode begint vóór de olie-inkomsten,” stelde het staatshoofd. De regering wil onder meer waarborgen dat het Spaar- en Stabilisatie Fonds vóór de eerste storting volledig operationeel is. Bij toekomstige inkomsten uit natuurlijke hulpbronnen zal steeds moeten worden afgewogen welk deel wordt ingezet voor ontwikkeling, schuldvermindering en sparen en stabilisatie.
De ontwikkelingen rond de offshoresector worden daarbij nauwlettend gevolgd. Voor het GranMorgu-project in Block 58 staat de zogenoemde ‘First Oil’ gepland voor 2028. De ontwikkeling van het project verloopt volgens recente informatie volgens planning. In aanloop naar de olieproductie wil de regering onder meer de Local Content-wetgeving verder ontwikkelen. Daarmee moet worden bevorderd dat Surinaamse werknemers en bedrijven daadwerkelijk kunnen profiteren van de economische activiteiten die uit de offshoresector voortvloeien.
Economie verder diversifiëren
Hoewel olie en gas belangrijke toekomstige inkomstenbronnen vormen, wil de regering voorkomen dat Suriname voor zijn economische ontwikkeling te sterk afhankelijk wordt van deze sector. Daarom wordt ingezet op verdere diversificatie van de economie, met onder meer landbouw, bosbouw, toerisme, cultuur, productie en ondernemerschap als belangrijke aandachtsgebieden.
De nadruk ligt daarbij op het verhogen van de lokale toegevoegde waarde, het stimuleren van ondernemerschap en het creëren van werkgelegenheid. Ook natuur- en milieubescherming maken onderdeel uit van de beleidskoers. De regering wil onder meer de controle op de goudsector versterken en de handhaving van milieuvoorschriften verbeteren.
Investeren in mens en maatschappij
Naast de economische agenda besteedde president Simons aandacht aan de ontwikkeling van de samenleving. Onderwijs, gezondheidszorg, sociale bescherming, huisvesting, infrastructuur en werkgelegenheid blijven belangrijke onderdelen van het regeringsbeleid.
In 2026 werd volgens de jaarrede ongeveer SRD 4,15 miljard besteed aan sociale voorzieningen. Ook werden de Algemene Oudedagsvoorziening (AOV), financiële bijstand aan mensen met een beperking, ondersteuning van sociaal zwakke huishoudens en de Algemene Kinderbijslag verhoogd.
Binnen het onderwijs ligt de nadruk in 2027 onder meer op het verbeteren van de infrastructuur, het versterken van de positie van leerkrachten en het ontwikkelen van een samenhangende onderwijskolom. Inmiddels is een begin gemaakt met de bouw van meer dan 50 nieuwe leslokalen. Daarnaast wordt ingezet op praktijkgerichte beroepsopleidingen en een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt.
Ook de gezondheidszorg blijft een prioriteit. De regering noemt onder meer investeringen in het Academisch Ziekenhuis Paramaribo, nieuwe spoedposten, versterking van het geneesmiddelenvoorzieningssysteem en hervorming van relevante wet- en regelgeving.
Hervorming en digitalisering van de overheid
De verdere versterking van staatsinstituties vormt eveneens een belangrijk onderdeel van het beleid voor 2027. De regering wil processen, procedures en organisaties binnen de overheid verbeteren en zet daarbij onder meer in op digitalisering en een betere dienstverlening aan de samenleving.
Voor het komende dienstjaar worden verschillende wetgevende en institutionele maatregelen voorzien op het gebied van onder meer belastingen en douane, investeringen, volksgezondheid, decentralisatie, elektronische communicatie, sociale voorzieningen, onderwijs en arbeidsbescherming. De versterking van de overheid moet volgens de president bijdragen aan een efficiëntere uitvoering van beleid en een grotere betrouwbaarheid van de publieke dienstverlening.
Gezamenlijke verantwoordelijkheid
President Simons benadrukte dat de ontwikkeling van Suriname niet door één persoon, politieke partij of regering kan worden gerealiseerd. “Verandering kan niet door één persoon, één partij of één regering worden gerealiseerd,” stelde zij. Zij riep op tot samenwerking tussen de verschillende staatsmachten en maatschappelijke actoren om gezamenlijk richting te geven aan de verdere ontwikkeling van het land.
Met haar tweede jaarrede heeft president Simons de beleidsrichting voor 2027 uiteengezet. Het komende dienstjaar moet volgens de regering voortbouwen op de in 2026 ingezette herstel- en stabilisatiefase, maar tegelijkertijd de basis leggen voor een nieuwe economische periode. Daarbij ligt de nadruk op het verder op orde brengen van de overheidsfinanciën, het versterken van staatsinstituties, investeren in mens en maatschappij en het verantwoord voorbereiden op de toekomstige olie- en gasinkomsten.
De jaarrede over het dienstjaar 2027 vond plaats in een bredere parlementaire setting, waarbij meer ruimte was voor vertegenwoordigers van verschillende geledingen van de Surinaamse samenleving. Onder anderen alle districtscommissarissen, de Staatsraad, vertegenwoordigers van het traditioneel gezag en religieuze organisaties waren uitgenodigd. De keuze voor de Congreshal maakte het mogelijk om meer vertegenwoordigers van de samenleving bij deze belangrijke parlementaire gebeurtenis te betrekken.
DNA-voorzitter dr. h. c. ir. Michael A. Adhin benadrukte daarbij dat de locatie weliswaar verandert, maar dat de parlementaire functie onveranderd blijft. “De plaats wisselt, het instituut blijft hetzelfde,” stelde voorzitter Adhin. Voorts wees hij erop dat de Congreshal iets biedt wat de eigen vergaderzaal van het parlement niet kan bieden: ruimte voor het hele land.
📝: LTB
📷: PM